De Dag Dat Ik Per Ongeluk Kokende Satésaus Op Mijn Hele Familie Lanceerde

Het ene moment organiseer je een gezellige barbecue. Het andere moment sta je in je achtertuin als een mislukte stuntman uit een actiefilm met een leeg bakje in je handen.

Foto door Kateryna Hliznitsova op Unsplash

Vandaag ging er iets verschrikkelijk mis.

We hadden familie uitgenodigd om te komen barbecueën omdat het weer in Nederland blijkbaar had besloten om Zuid-Spanje te worden.

Dertig graden Celsius. Volle bak zon. Geen wind.

Dus we maakten de achtertuin klaar. We hadden de parasollen opgezet en de partytent opgebouwd. Stoelen buiten. Snacks klaar. Drankjes koud. De kids waren lekker in he zwembad bezig.

Iedereen relaxed.

Het was zo’n zeldzaam moment waarop het volwassen leven heel even echt goed voelt.

We lachten, waren lekker aan het kletsen. Aten. Geen stress.

En toen begon mijn rol als schurk toen mijn vrouw me vroeg om de satésaus op te warmen.


Men wilde satésaus bij het barbecue-eten. Prima, geen probleem toch. Dus ik warmde het op, roerde erin en liep richting de tafel buiten. Gewoon zoals een verantwoordelijke echtgenoot en functionerend lid van de samenleving.

Toen haalde de natuurkunde een zieke grap met me uit toen de kom uit mijn handen gleed.

Nu stel je je misschien voor dat bij het laten vallen van saus het een schattig klein knoei-ongelukje was.

Nee.

Dat ding explodeerde als een op pinda's gebaseerde granaat.

Hete satésaus vloog over de tafel en raakte bijna iedereen.

Mijn vrouw kreeg het in haar gezicht, op haar handen en armen. Eén familielid kreeg er veel van op de benen en achterkant van haar lichaam. Iedereen sprong geschrokken op. Stoelen die verschoven. Pure fucking chaos.

En omdat de saus gloeiend heet was, sloeg mijn brein meteen het stuk schaamte over en ging direct naar helper-modus, gecombineerd met een vreemd gevoel van: “Oh shit. Heb ik nou serieus mensen pijn gedaan van wie ik hou?”

Dat gevoel is echt klote.

Vooral als jij degene bent waardoor het gebeurde. Of wacht, verrekte natuurkunde!

Ik pakte natte handdoeken alsof mijn leven ervan afhing.

Proberen huid af te koelen. Iedereen controleren. Sorry zeggen.

De adrenaline kickte meteen in zodra ik mensen zag reageren.

Gelukkig had niemand zware brandwonden. Mijn schoonvader hield er uiteindelijk alleen twee kleine brandplekjes op zijn rechterarm aan over. Geen ziekenhuisgedoe, godzijdank. Vooral schrik, hitte en het soort emotionele overreactie dat mensen van nature hebben wanneer brandende pindalava ineens tijdens het eten op hun lichaam belandt.

Volledig begrijpelijk trouwens.


Nadat alles weer rustig was geworden, bleef ik nadenken over hoe weinig controle we eigenlijk hebben.

Het ene moment heb je de perfecte familiemiddag.

Het andere moment zit je in je achtertuin onder de satésaus terwijl je probeert te verwerken wat er in hemelsnaam net gebeurde.

Ja goed… Dat is het leven denk ik.

We doen alsof we alles managen. Alles plannen. Uitkomsten afdwingen. Maar de helft van de tijd zijn we gewoon één glad handje verwijderd van complete waanzin.

Klinkt misschien een beetje deprimerend, maar het is ook wel bevrijdend.

Perfectie bestaat toch niet.

Niemand heeft het altijd allemaal op orde.

Soms maak je mooie familieherinneringen.

Soms bombardeer je per ongeluk je familieleden met kokende pindasaus.

Allebei gewoon onderdeel van het leven.

En eigenlijk lagen we er vanavond al om te lachen.

Ja, het was eng, maar zodra iedereen oké is, wordt de absurditeit van de situatie onmogelijk om te negeren.

Je kunt de hele avond verzuipen in schuldgevoel over een stom ongeluk…

…of accepteren dat mens zijn soms betekent dat je de hoofdrolspeler wordt in het domste verhaal dat je familie de komende tien jaar gaat vertellen.

Ik vermoed dat deze nooit meer uit de groepschat verdwijnt…


Koop me een koffie als je me wilt steunen.