Als Elk Dier een Doel Heeft, Waarom Vernietigen Mensen Dan Alles?

Mensen zijn misschien de enige soort die intelligent genoeg is om de schade die we veroorzaken te begrijpen, en gevaarlijk genoeg om er toch mee door te gaan.

Foto door Bastian Alexander-Coleman op Unsplash

Waar zijn mensen eigenlijk voor bedoeld?

Serieus.

Elk dier lijkt een bepaalde rol in de natuur te hebben.

  • Bijen bestuiven bloemen.

  • Wormen verbeteren de grond.

  • Roofdieren houden populaties in balans.

  • Schimmels breken dood materiaal af.

Alles lijkt verbonden in één groot biologisch evenwicht.

En dan heb je ons. De soort die plastic verpakkingen bedacht voor bananen. De soort die bossen kapt, oceanen vervuilt, de atmosfeer vult met troep, kernwapens bouwt, en ondertussen nog steeds waarschuwingslabels nodig heeft waarop staat dat je geen wasmiddel moet eten.

Dus vandaar dat ik dacht: Als elk wezen een doel heeft (of althans lijkt te hebben) in de natuur, waarom lijken mensen alles vooral erger te maken?

Daar begon ik dus over na te denken.

Op het eerste gezicht lijkt de mensheid minder op een betekenisvol onderdeel van het ecosysteem en meer op een softwarebug met wifi. Maar volgens mij begint het probleem al bij die aanname zelf. We houden ervan om de natuur te zien als een wijs, perfect ontworpen systeem waarin elk dier een nobele missie heeft. Alsof de aarde één grote Disneyfilm is, verteld door een rustige Britse man naast een waterval.

Maar de natuur vind ik nou niet bepaald vredig.

De natuur is bruut.

Dieren krijgen geen “taken” toegewezen. Ze leven gewoon en evolueren. Als iets lang genoeg overleeft, blijft het bestaan. Zo niet, dan verdwijnt het.

Dat is alles eigenlijk.

Een krokodil beschermt de harmonie van de rivier niet omdat hij om biodiversiteit geeft. Hij doet gewoon krokodillendingen en verandert af en toe zebra’s in soep.

Ik denk dat mensen onderdeel zijn van precies hetzelfde proces.

Wij zijn ook geëvolueerd.

Het enige verschil is dat evolutie per ongeluk één soort opzadelde met angst, zelfbewustzijn, taal, smartphones, existentiële paniek en het vermogen om om 02:14 ’s nachts zevenendertig keukenapparaten te bestellen.

Die combinatie veranderde alles.

Want mensen bestaan niet alleen meer ín de natuur.

We kunnen nadenken óver de natuur.

We kunnen haar bestuderen, manipuleren, vernietigen, beschermen, romantiseren, vermarkten en er online ruzie over maken met vreemde mensen of bots die “AlphaWolf784” heten.

Dat niveau van bewustzijn is best vreemd.

Een tijger doodt een dier en gaat daarna slapen.

Mensen vernietigen een ecosysteem en maken vervolgens documentaires over hoe schuldig ze zich voelen terwijl er filmische pianomuziek op de achtergrond speelt.

Wij zijn zowel het probleem als het wezen dat het probleem kan herkennen.

En eerlijk gezegd is dat misschien wel het belangrijkste aan ons.

Mensen praten vaak over bewustzijn alsof het een soort spiritueel cadeau is.

Maar bewustzijn is ook een last.

Want zodra bewustzijn verschijnt, verschijnt verantwoordelijkheid mee (althans, bij redelijk wat mensen).

Een hert wordt niet wakker met de vraag of zijn bestaan positief bijdraagt aan de planeet.

Jij misschien wel.

Die gedachte alleen al onderscheidt mensen van bijna elk ander wezen dat we kennen.

En misschien is dat ook waarom zoveel mensen zich tegenwoordig psychologisch uitgeput voelen.

We bezitten informatie waar onze hersenen nooit voor ontworpen zijn.

Het grootste deel van de menselijke geschiedenis bestonden je dagelijkse zorgen uit:

  • voedsel vinden

  • gevaar vermijden

  • de winter overleven

  • proberen niet dood te gaan door een verkeerde bes te eten.

Nu absorbeert je brein achteloos:

  • klimaatinstorting

  • oorlogen

  • kunstmatige intelligentie

  • politieke woede

  • economische onzekerheid

  • massaal lijden

  • sociale vergelijking

  • drieëntwintig productiviteitshacks vóór het ontbijt

Ondertussen moet je ook nog e-mails beantwoorden en bedenken wat je vanavond gaat eten.

Geen wonder dat mensen helemaal naar de klote zijn en dat de ene burn-out zich meldt na de andere.

Moderne mensen zijn eigenlijk oeroude zenuwstelsels die proberen een oneindige werkelijkheid te verwerken via kleine gloeiende rechthoeken (gewoon smartphones en schermen, snap je?).

En ondanks al die ellende creëren mensen ook ongelooflijk mooie dingen.

Dat is de tegenstelling waar niemand goed raad mee weet.

Dezelfde soort die bossen vernietigt, kan ze ook opnieuw planten.

Dezelfde soort die wapens uitvindt, maakt ook muziek.

Hetzelfde brein dat wegzakt in depressie kan ook poëzie schrijven, liefdevol kinderen opvoeden, vreemden helpen, ziekenhuizen bouwen of tien jaar lang ziektes bestuderen om mensen te redden die ze nooit zullen ontmoeten.

Mensen zijn destructief.

Maar mensen zijn ook creatief, meelevend, grappig, nieuwsgierig en diep reflecterend.

Wij zijn de natuur die zich bewust wordt van zichzelf.

En eerlijk gezegd is er misschien helemaal geen vast doel daarbuiten.

Misschien zijn mensen niet “bedoeld” om de wereld te redden.

Misschien zijn we ook niet “bedoeld” om haar te vernietigen.

Misschien is betekenis niet iets dat standaard in het universum ingebouwd zit, alsof het fabrieksinstellingen zijn.

Misschien is betekenis iets dat bewuste wezens zelf creëren.

  • Sommige mensen creëren lijden.

  • Sommigen creëren betekenis.

De meesten van ons doen allebei nog vóór de lunch.

En misschien is dát juist waar mensen moeite mee hebben:

Mensen staan niet los van de natuur.

De mensheid is één van de experimenten van de natuur.

Een heel intelligent experiment.
Een heel verward experiment.
Een heel gevaarlijk experiment.

Maar ook het enige experiment dat, voor zover we weten, ’s nachts wakker kan liggen met de vraag of het beter zou moeten doen.


Koop me een koffie als je me wilt steunen.