Efficiëntie Is Een Grap Die We Onszelf Blijven Vertellen

Waarom elke minuut die we besparen op de een of andere manier weer een minuut wordt die we verschuldigd zijn

Foto door Luis Villasmil op Unsplash

Voor mij is efficiëntie eigenlijk een grote grap geworden. Dankzij technologie kunnen we in minder tijd en met minder moeite meer doen, toch? We automatiseren taken, verkorten processen, halen stappen weg die overbodig zijn geworden en bouwen zowel machines als software die in seconden kunnen doen waar vroeger misschien uren voor nodig waren. Elke nieuwe tool komt met dezelfde belofte:

Dit bespaart je tijd en moeite.

En ja, vaak doet het dat ook. Maar wat ik zo grappig vind, is dat we de tijd die we besparen helemaal niet vrijhouden. We vullen hem gewoon weer op!

Als een taak die vroeger een uur duurde nu in twintig minuten klaar is, besteden we die overgebleven veertig minuten zelden aan uit het raam staren, door het bos wandelen, een boek lezen of gewoon een beetje niks doen. Die lege ruimte wordt bijna meteen beschikbaar voor een volgende taak. En daarna nog één. En uiteindelijk blijft dat maar doorgaan.

De beloning voor sneller worden is meestal meer werk. Is dat niet ontzettend ironisch?

Ik zie dit ook in mijn eigen leven. Ik hou van technologie en ik waardeer tools die dingen makkelijker maken oprecht. Ik hou van software die saai, repetitief werk wegneemt, systemen die informatie ordenen en manieren om iets slimmer aan te pakken wat voorheen traag of onnodig ingewikkeld voelde. Maar ik merk ook hoe snel efficiëntie een valstrik wordt, want zodra ik leer hoe ik iets sneller kan doen, ga ik van mezelf verwachten dat ik méér doe. Wat vroeger als een productieve dag voelde, voelt ineens als niet genoeg. Ik bespaar tijd en op de een of andere manier lijkt het vervolgens alsof ik die tijd weer metaforisch terug moet betalen.

Ik heb hier echt nog nooit iemand over horen praten.

Je zou denken dat technologie bedoeld was om ons werk efficiënter te maken, maar in plaats daarvan lijkt het er vaak op dat technologie vooral heeft vergroot hoeveel werk we vinden dat er in één dag zou moeten passen.

Dat begon eigenlijk al met e-mail. Communicatie werd sneller, dus kregen we meer berichten. Smartphones zorgden ervoor dat we apps als WhatsApp, Signal en weet ik veel welke andere berichtenapps gingen gebruiken, waardoor we nog meer berichten ontvingen. AI kan ons helpen sneller te schrijven, onderzoek te doen, samen te vatten, te organiseren en te creëren, waardoor langzaam de verwachting ontstaat dat we dus ook méér moeten schrijven, onderzoeken, organiseren en creëren.

Elke verbetering creëert weer een nieuwe verdomde standaard!

Zodra iets mogelijk wordt, heeft het de irritante neiging om vervolgens ook verwacht te worden. Vooral in het bedrijfsleven is dat gevaarlijk, kan ik je vertellen.

En wat ik misschien nóg grappiger vind, is dat volgens mij bijna niemand hier bewust voor kiest. Ik kan me moeilijk voorstellen dat iemand ’s ochtends gaat zitten en denkt: “Ik hoop echt dat technologie me vandaag helpt om nog meer verplichtingen te creëren.” Natuurlijk niet. Het gebeurt heel, heel geleidelijk: de agenda wordt net iets voller; de verwachte reactietijd wordt net iets korter; het aantal dingen dat we normaal vinden groeit langzaam.

En uiteindelijk zijn we omringd door tools die ontworpen zijn om tijd te besparen, terwijl we continu het gevoel hebben dat we geen tijd hebben.

Best indrukwekkend eigenlijk… op een zwaar absurde manier.

Iemand die honderden jaren geleden leefde zou waarschijnlijk naar mijn leven kijken en verbaasd zijn over hoe snel ik bijna alles kan doen. Ik kan onmiddellijk een bericht naar de andere kant van de wereld sturen, informatie vinden zonder naar een bibliotheek te reizen, eten bestellen dat binnen een half uur wordt bezorgd, mijn financiën regelen, muziek maken, foto’s bewerken, teksten publiceren en met tientallen mensen communiceren vanaf hetzelfde kleine apparaatje dat ik gewoon op magische wijze uit mijn broekzak trek.

Vanuit dat perspectief zou ik moeten verzuipen in vrije tijd!

En toch kan ik aan het einde van de dag nog steeds denken: waar is die hele fucking dag eigenlijk gebleven?

Misschien is het probleem dat we bespaarde tijd behandelen als ongebruikte capaciteit. Zodra een machine, systeem of stukje software ruimte creëert, zien veel mensen die ruimte blijkbaar als iets wat opnieuw geoptimaliseerd moet worden. Alsof we achterdochtig zijn geworden tegenover leegte. Ruimte hebben is… vreemd ofzo? Waarom kunnen we daar niet gewoon van genieten?

Tijd zonder duidelijk doel maakt mensen tegenwoordig blijkbaar behoorlijk ongemakkelijk. Niets doen voelt onverantwoordelijk, zelfs wanneer er helemaal niets dringend hoeft te gebeuren. Rust moet haar bestaan vaak verdedigen door alsnog productief te worden. Mensen wandelen niet gewoon meer, maar tellen hun stappen. We slapen niet gewoon, maar meten de kwaliteit ervan met een of ander hightechhorloge of een smartring. We kunnen blijkbaar niet meer gewoon ergens zitten en nadenken. Nee. Dan luisteren we naar een podcast zodat het moment ons tenminste nog iets kan ‘leren’. Man, zelfs ontspanning moet tegenwoordig rendement opleveren.

“Sneller is beter. Meer is beter. Minder weerstand is beter.”

Maar sinds wanneer is weerstand eigenlijk de vijand? We zijn gebouwd voor weerstand! De hele geschiedenis van de mensheid bestaat eruit. Overleven en evolutie zijn één grote bak weerstand. En als ik naar mijn eigen leven kijk, waren sommige van de meest betekenisvolle onderdelen ervan juist ontzettend moeilijk en allesbehalve efficiënt.

Neem schrijven. Dat kost mij veel meer tijd dan iets genereren wat ik een beetje acceptabel vind. Tijd doorbrengen met mijn kinderen volgt zelden een keurig schema of logische volgorde. Buiten wandelen zonder bestemming levert in meetbare termen vrijwel niets op. Met een idee rondlopen zonder het meteen om te zetten in een project produceert geen zichtbaar resultaat. Die laatste vind ik trouwens zelf behoorlijk lastig.

En toch voelen juist die momenten vaak veel beter dan de uren waarin ik heel efficiënt vijftien kleine taakjes afwerk die ik me daarna nauwelijks nog kan herinneren. Ik krijg er zelfs een vreemd gevoel van in mijn borst en buik als ik eraan denk.

Ik begin steeds meer te denken dat de echte waarde van efficiëntie gemeten zou moeten worden aan wat het ons toestaat om niet meer te doen.

Hé, kijk eens aan. Nog een ander perspectief, dames en heren!

  • Een nuttige tool zou me niet alleen moeten helpen mijn werk sneller af te krijgen; hij zou me moeten helpen eerder te stoppen met werken.

  • Automatisering zou niet alleen de productie moeten verhogen; het zou de hoeveelheid aandacht die ik moet opofferen moeten verkleinen.

  • Technologie zou niet voortdurend moeten uitbreiden wat ik allemaal kan doen; soms zou technologie juist de delen van mijn leven moeten beschermen waarin ik heel weinig doe.

Want waar ben ik anders in hemelsnaam tijd voor aan het besparen?

Die vraag wordt voor mij steeds belangrijker.

Ik wil niet efficiënter worden zodat ik nóg meer werk in ieder hoekje van mijn dag kan proppen. Bleh. Die veertig minuten die overbleven nadat die taak in twintig minuten klaar was?

Die wil ik.

Ik wil delen van mijn agenda leeg kunnen laten zonder die lege ruimte meteen als een probleem te zien. Technologie zou me moeten helpen mijn laptop eerder dicht te klappen, naar buiten te lopen, om me heen te kijken en mezelf eraan te herinneren dat de wereld gewoon blijft bestaan wanneer ik even niets produceer.

Voor mij wordt efficiëntie, vanuit deze nieuwe manier van kijken, pas echt betekenisvol wanneer ik weiger de ruimte die het creëert onmiddellijk weer op te vullen met iets dat zogenaamd productief is. Want als iedere minuut die ik bespaar meteen vervangen wordt door een nieuwe verplichting, word ik niet vrijer.

Alleen sneller.


© 2026 Wesley van Peer. Alle rechten voorbehouden.

Koop me een koffie als je me wilt steunen.